donderdag 26 juli 2012

Crater Lake

De klim vanuit Medford is geleidelijk. Dit kunnen we goed hebben en er is geen summit in het verschiet. Pas naar het meer naar boven. Hebben we hier eigenlijk nog wel zin in? We hebben al zoveel geklommen (en gedaald). Het blijft toch onze vakantie en we zijn ook de jongsten niet meer. Nou dat zien we dan wel weer. Komt tijd, komt raad! Crater Lake is een must! In Eagle Point bezoeken we het Visitors Centrum en krijgen uitleg van een 84-jarige dame  over de streek en ze wijst ook ons op Joseph H. Stewart State Park aan Lost Creek meer. In Shady Cove kunnen we uitgebreid boodschappen doen en Peeetje vindt daar zijn lievelingswhiskey voor maar 7 dollar. En weer hebben we geluk, want verder waren we niet gekomen. Na 84 km zijn we in het park. De volgende camping is nog wel 40 km verder en dan zouden we nog meer omhoog moeten. Moe en voldaan gaan we de nacht in en we hebben al besloten, dat we niet op de fiets naar boven gaan. We gaan op zoek naar een shuttle-busje.
We pakken alles in en vertrekken richting Union Creek. We informeren tijdens ons tweede 'huge' ontbijt in het rond. De beste raad krijgen we van het stel naast ons. Ga eens naar het historische hotel next door! Wellicht kunnen ze jullie daar helpen. We moeten even wachten, want de juf aan de mooie houten balie is in gesprek, maar wat horen wij daar? Is dat Nederlands? Jawel hoor! Dat zijn Tilly en Gerard uit Rotterdam! Tegen de tijd, dat de juf aan de balie klaar is met haar telefoongesprek, is ons probleem opgelost. Wij Rotterdammers, zo mag ik me wel noemen na 20 jaar daar te wonen, weten van aanpakken. Tilly en Gerard rijden vandaag Crater Lake rond en wij en onze fietsen, mogen mee naar boven. Oeps, maar wij hebben wel nog 10 tassen. Waar laten we die? Vlug fietsen we naar de RV-camping aan het einde van de weg. Helaas doen ze geen 'tenting' maar wij mogen wel alles stallen. Terwijl de mannen voor in de auto zitten te lullen, komen Tilly en ik erachter, dat we veel dezelfde mensen kennen. Tilly is directeur van een basisschool van Onze Wereld in Rotterdam. Wat is de wereld klein. Toeval bestaat niet! Zelfs mijn ongelovige Thomas-Peeetje, gaat erin geloven! We worden netjes afgezet bij The Visitors Centrum en klimmen de laatste 5 km zelf naar de top! De foto's vertellen genoeg. Awesome! Zo ook de afdaling. We halen onze spullen op en gaan weer richting State Park! Precies op dezelfde plek als de nacht daarvoor zetten we onze tent op. Wat een dag! ;


Yreka-Ashland

the old highway, zoek P
Mount Shasta
De eerste 40 km vanuit Yreka gaan over de oude highway prachtig door het dal. Mount Shasta lacht ons toe! Daarna, voor de eerste keer deze reis, het kan niet anders,  op The Interstate 5 (snelweg) en we moeten weer een summit over, the Siskiyou Summit van 4310 ft/1314 m. Hadden we nu maar een elektrische fiets. Gisterenavond in de zaterdag NRC een artikel gelezen over de Scott-bike (from the States). Zal die naar de Scott Mountain genoemd zijn? Vast wel! Voor de kenners onder ons. De Mount Ventoux gaat van 300 meter naar 1900 meter in 20 km. Ooit iemand gezien, die deze col met zoveel bagage beklimt, met alles wat je in het leven nodig hebt in tassen, hangend aan die fiets? The summits, die wij hier doen zijn vergelijkbaar met de cols van de Tour de France, de Tourmalet, de Galibier, de Alpe Huez.  Iedere dag hebben we er nu een! “And…they are old”,  riep iemand al applaudisserend onlangs. De vrachtwagens, gaan met knipperende lichten omhoog. De RV’s (Recreation Vehicles) kunnen dan voorbij. Ze gaan soms net zo hard als wij. Gelukkig kunnen we als we zo zachtjes gaan het wegdek goed scannen. Er ligt veel rotzooi op the shoulder (uitvoegstrook, wij fietsen hierover). Vrachtwagens verliezen bumpers, delen van banden (pas op ijzerdraad, lekke banden), wieldoppen, wielmoeren, stukken hout en spullen, die ze kwijt willen, van kleding tot jerrycans toe. Dan ook nog stenen en takken. Bij een plekje schaduw eten we boterhammen, zoals echte Hollanders gesmeerd voor ze naar het werk gaan. “Dit is geen vakantie, dit is werk”, roep ik regelmatig naar Peeetje. Welke gek staat in zijn vakantie om half zes op om vervolgens zijn lijf zo af te peigeren? Op the summit moeten we onze remmen testen, als we naar de borden luisteren. De afdaling doet alle leed weer vergeten. We denderen, nu moeten we nog beter opletten,  langs Emigrant Lake Starbucks in Ashland binnen  (jamjam iced coffee) en vinden onze plekje voor de nacht op een camping bij een new age spa-camping. Onze vermoeide spieren kunnen ontspannen in the hot springs. Mijn highligt roze broek vindt het zwavelwater niet zo fijn. Hij verbleekt terplekke als ik hem uitwas. We wassen onze kleren van de dag altijd meteen bij het douchen. Hup aan de waslijn en ze kunnen alweer op ons kussen klaargelegd worden voor de volgende dag. Jammer dat op maandag the pool schoongemaakt wordt, anders waren we gebleven. Nu vervolgen we onze weg via het Bear Creek Greenway fietspad- ja ze hebben hier in Oregon fietspaden- richting Medford voor alweer een nieuw avontuur. Op naar Crater Lake!

Emigrant Lake bij Ashland

Peeetje bestudeert het fietspad in Oregon

Scott Valley

Bluegrass Festival


Verhaal van Peter. (Vrijdagavond Etna)
 In het donker reden we met onze flikkerlichtjes voorop naar de RV-campground, waar men een stuk gras voor “tenting” had.
Het was heerlijk koud die nacht.
Ja, “koud” is heerlijk als je in een tent slaapt, want dan kun je lekker onder ons donzen dekbed wegkruipen en dat slaapt goed.
Nadeel van koude nachten is dat de tent aan de binnenkant altijd (en aan de buitenkant soms) zeiknat is van de condens.
Zo rond 05.15 u wordt Peter meestal wakker en dan begint ons vaste ritueel om 05.30 u.
Peter haalt alles uit onze bagage-aanbouw, haalt water, steekt het vuur aan en zet koffie.
Annelies ruimt de slaapruimte op, propt alles in propzakjes (ja, zo heten die) en werpt de tassen naar buiten.
Heel vaak worden die activiteiten bij ons onderbroken door “aandrang”. Om de beurt rennen we dan naar de restroom.
Na deze vaste patronen, natte tent ingepakt en tassen aan de fiets, staan we dan meestal tussen 06.30 u en 06.45 u. op straat.
Over de bergtoppen kiekt inmiddels de zon.
Vanmorgen opende Scotts Valley zich naar het noorden breed, met lage mist getooid, uit en we peddelden relaxed over de nu weer eens waterpas lopende weg naar Yreka. (Niet te verwarren met Eureka aan de kust).
Hier en daar loeit een koe in de uitgestrekte vallei en we passeren weer de die nacht gevallen dieroffers: een fraaie slang, een dikke kat, een reeds door de rottingsgassen sterk opgezwollen hert, eekhoorns en – ja, ze zijn er weer – de luid piepende prairiedogs, rechtopstaand op hun achterpootjes aan de ingang van hun ondergrondse burchten.
Het gaat gesmeerd met een hoog km-gemiddelde, geen wind en geen verkeer.
Lekker met z’n tweeën breeduit naast elkaar op de weg.
Aan het eind van de vallei meldden borden dat we moesten opletten voor “migrating deer”.
Een plek van een paar km stond bekend als een massale oversteekplaats van hertenroedels.
Men had zelfs camera’s, bewegingsinstallaties en matrixborden geplaatst.
Links en rechts lagen wat herten in de wei te herkauwen en volgden ons, als fietsers een onbekend verschijnsel, met stilgevallen bekken en opgerichte oren.
De kaart had al gemeld dat er een “summit” van ruim 4000 feet voor ons lag en dat betekent dus: zwaar klimmen….
In 2010 hadden we in 3 maanden nog niet zoveel bergen onder de wielen gehad als hier.
Daar heb ik, Peter, me bij de planning van dit jaar dus op verkeken.
Waar het serieus omhoog begon te lopen, meldde een bord dat we op 3000 ft zaten.
Een eenvoudig rekensommetje leert dan dat het verschil van 1000 ft, oftewel, ca. 330 meter is.
Nu hangt het er maar vanaf HOE je die 330 m gaat pakken
Ligt die klim egaal verspreid over 10 km, of, zoals hier heel wat minder.
Alweer zitten we in de laagste versnellingen, hetgeen resulteert in een snelheid tussen 5 – 6 km per uur.
Iedere 10 minuten afstappen is dan noodzaak om op adem te komen en de verzuring uit je kuiten te halen.
Wat een lafenis, als je dan tegen de top van de pas het gele bord met een neergaande truck ziet staan.
Trucks use lower gears, of….slow traffic keep right.
We weten dan dat de fysieke inspanning om de boel omhoog te krijgen, wordt omgezet in spanning om de boel weer héél omlaag te krijgen.
Omlaag lijkt makkelijk, maar het vereist een enorme concentratie.
Onze snelheden lopen snel op tot tussen 40 – 50 km per uur.
En dat is dan nog MET bijremmen…..
Op een gegeven moment ga je te snel om op tijd de gaten of spleten in het wegdek te kunnen zien en op tijd uit te wijken.
Ligt er losse gravel, vers asfalt, olie, een scherpe bocht?
Het gaat wel lekker snel, maar je kunt geen moment in een snelle afdaling je aandacht aan het landschap besteden.
Soms stoppen we dan ook om foto’s te maken, onze door het remmen verhitte velgen te laten afkoelen en te genieten van het nieuwe dal.

Na de summit van Fort Jones, dalen we in weer een heel ander landschap; droog.
Als eerste zien we de grote, gele McDonalds M.
Duidelijk: een grotere stad!
Mc Donalds betekent voor ons allereerst: Free Wifi.
We hebben met onze fietsen en outfit altijd bekijks.
Overal worden we bestookt met “hoe ver, waar vandaan, waar naar toe”?
Een local aan het ontbijt vertelt ons dat we upnorth vandaag nòg een 4000 ft. tegenkomen.
Twee jaar geleden kwam dat ongeveer 3 – 4 keer voor op onze hele reis.

Vandaag zou dat dus twee worden.
En…..het werd heet. 90 graden F. is hier vrij normaal. Droge lucht weliswaar, maar een colletje beklimmen is andere koek.
Een pet op tegen de zon is hier, zeker met die kale van Peter, een must.
Met deze hitte is echter het op je kop hebben van wat dan ook een crime.
Bij onze stops heuvelopwaarts speid ik, Peter, dan ook bij voorkeur mijn armen in de wind, laat mijn fietsbroek zakken tot onbeschaamde laagte om het door het zweet vochtig geworden kruis te laten uitwasemen.
Raar?
Zeker, maar het koelt lekker af.
We besloten, gezien de hitte en de tweede summit van 4000 onze tent in Yrika op te slaan.
’s Middags doorkruisten we relaxed dit stadje naast elkaar rijdend en onderwijl passeerde een politiepatrouille ons langzaam.
De officer stak zijn wagen in een uitgang en riep ons gemoedelijk, maar wel duidelijk toe:
“Hey guys, you can’t ride side by side.”
Om duidelijkheid te geven omtrent onze banaliteit, lichtte ik de agent in over ons Nederlands gebrek aan kennis m.b.t. de Amerikaanse verkeerswetgeving.
Hij knikte begrijpelijk en schold ons de levenslange detentie op Alcatraz kwijt.
Viel dat even mee….
Mijn neef Hans, doorgaans goed geïnformeerd  en die ons heel bezorgd  voor “Amerikaanse toestanden” heeft gewaarschuwd, kan weer gerust zijn.
We zijn nog op vrije voet.
Maar voor hoe lang?
Verbaasd waren we dan ook dat diezelfde politiewagen bijna náást ons tentje opnieuw stopte en de koddebeier, naar onze tafel kijkend, voorzien van twee Budweisers en een fles rosé, toeriep:
“Hey, do you have something for me too?”
Was het toeval, of was de overijverige dienstklopper ons gevolgd tot op de camping?
We weten het niet, maar het was wèl erg toevallig.


zaterdag 21 juli 2012

Beren op de weg?


"You must have very strong legs", waarschuwde hippie-oma chauffeur ons, toen we haar vertelden dat we Scott mountain over zouden gaan. Iedereen in Weaverville, die we spraken , van de fietsenmaker tot de mevrouw in the thrift store (in onze haast had ik mijn helm en Peter een tasje met natte blouse en knieband in truck laten liggen) dacht, dat we sommige stukken zouden moeten lopen. We gingen onderhand zelf nog geloven, dat het niet zou lukken om die top te bereiken. We vragen ons nog steeds af of 10% stijging hier hetzelfde is als 10% bij ons. Feet, miles, pounds, Fahrenheit, we rekenen alles om, maar hoe zit het met %? Waar is het honderste deel van? Welke nerd/dyscalculiespecialist kan ons hier een antwoord opgeven? Ons laatste kamp was dus zo dicht mogelijk bij de top. Half zes uit de tent, sterke koffie zetten en hup de pedalen op! De eerste 15 km was de klim geleidelijk en toen....begon het! Maar.....we hebben maar één keer een stukje hoeven lopen. Na twee uur over 8 km met op de teller meestal 5 km per uur bereikten wij de top. Alweer een piekervaring! Klaar voor de afdaling naar de beautiful Scott Valley met meestal 45 km en af en toe zelfs 50 km per uur op de teller.  We moeten nu stoppen om de velgen te laten afkoelen. We fietsen zo een gezellige farmers markt op en 's avonds genieten we van het Bluegrass music festival in the Mainstreet. We hebben alweer the time of our lives!
beren(poep) op de weg



Scott mountain

I am a golddigger!

We zijn de regen alweer vergeten. Fris en fruitig verlaten we Weaverville. Alles zit weer schoon in de tassen (I love the laundry's in The States. Voor 5 dollar heb je zeep, een wasmachine en een droger). We fietsen door Shasta-Trinity National Forest. Ohh, wat mooi! Het Trinity Lake, het derde grootste 'hand made'  meer in Californië doemt op en wij gaan onze boterhammen eten. We moeten eten, om knikkende knieën te voorkomen. De hellingen blijven up en down gaan. In Trinity Center, we verwachten een stadje, maar er is niks slechts 'n winkel, doen we onze inkopen voor de dag. In Coffee Creek drinken we wat en op the campground Trinity River slaan we ons kamp op. This is Paradise! Nobody is here, just the two of us en een hert. En beren??? Dat zou zomaar kunnen, volgens de waarschuwingsborden. We bergen al ons eten en toiletspullen op in de wc (gat in de grond met deksel). Het water is niet drinkbaar, dus koken we het en we gaan op zoek naar goud en vinden het ook nog!
my golddigger!






donderdag 19 juli 2012

A rainy day!

De regen valt met bakken uit de lucht. Gelukkig zitten slaapzak, laken, matjes en kleren droog in de tassen. De tent (binnen- en buiten) en het grondzeil zijn nat en binnen de kortste keren wij ook; maar dan ook echt zeiknat! Onze fietsen krassen en kraken van het zand en door de regen en de mist doemen weer van die steile hellingen op! Oef, dat wordt ploeteren. Dit is niet leuk meer. Hoe moet dat nou? Ons enige lichtpuntje is, dat er over 5 miles (8 km), volgens Noah, een tentje met overheerlijke veggie-burgers moet zijn en/of een klein dorpje, Mad River. Dat dorpje, Mad River is niet genoemd door Noah, het staat op onze kaart, maar die vertelt ook niet altijd de waarheid. Soms hopen wij te vinden,  wat wij denken: “een dorpje, een winkel.” Maar al een paar keer was het slechts een trailer, een hutje en laatst een picknicktafel! En jawel hoor, Noah heeft alweer gelijk! Om 10 voor zeven staan we voor een gesloten loketje, van een aftandse caravan met inderdaad ‘Veggie - Burgers’ op het uithangbord en daaronder open at 8 o’clock’. Er is iemand binnen en na een paar hello’s vertelt de aardige mevrouw, dat er aan de overkant hoog op de berg een lodge is.
Hé, dat hebben we door die regen helemaal niet gezien! Ze verhuren daar kamers. Wanneer we boven zijn is alles nog donker. Heel geduldig gaan we uitdruipen onder een afdakje. De morgenstond heeft goud in de mond oftewel “the early bird catches the worm.” We hebben meer dan 12 uur om een droog warm onderdak voor de nacht te zoeken en hier is dan in the middle of nowhere een lodge met motelkamers in de aangrenzende gebouwen. Dat komt wel goed! Lucky we!
Rond acht uur gaat er een deur open en een kat wordt uitgelaten. Voor de tweede keer op deze vroege, natte ochtend schallen onze ‘hello’s door het Trinity-bos. Een man met een staartje doet open en hij zegt meteen, dat hij fully-booked is. Wij vinden dat raar, omdat we in de motelkamers niks zien of horen en ook staan er geen auto’s (inmiddels is het al rond achten en een beetje outdoor-mens is dan al op). Na wat aandringen en zielig doen, laat hij ons binnen. Hij verwacht een hele ‘crew’. Die is er nog niet, maar hij wordt er wel al voor betaald en in tijden van crisis is dit natuurlijk super! Hij wil wel voor ons bellen naar een lodge bij een lake 20 miles verderop, in oostelijke richting. Wij willen helemaal die richting niet uit, maar vooruit met de geit, laat maar bellen. ‘There’s a wedding”, bromt hij en dan is er koffie.  “He, he, eindelijk”, denken wij alle twee. We zouden het bijna vergeten, die hebben we nog niet gedronken en het is al 10 over acht! Na wat heen- en weer gekeuvel, snappen we wie die ‘crew’ is. Het is een film ‘crew’ van Discovery Channel. Er wordt een film gemaakt over de marihuanateelt hier in deze omgeving. “Sssstttttt! ”, tegen niemand zeggen” en hij bonjourt ons de deur uit. Maria en Jozef, verkleed als Annefiets en PedalPeter, niet op een ezel maar op de fiets, op zoek naar een warme, droge plek voor de nacht. Bergje af, weer terug naar de ‘Veggie-Burger-Mevrouw. Wie weet kent zij iemand met een pick-up truck, die ons naar het eerste het beste motel brengt?  
Ja, reageerde de Veggie-Burger-Mevrouw, ze had wel een dochter in Eureka, (da’s 110 mijl hiervandaan…) en die zou ons wel kunnen brengen. Over een paar uur dan.
Ook the butcher, hiernaast in het café, zo vervolgde Veggie, weet wel iemand. Hij is een local. We stapten bij de met een lang leren schort behangen slager en ‘s avonds barkeeper binnen en legden ons probleem opnieuw uit. Hij begreep het probleem meteen. In the lodge was een ‘crew’ van de FBI binnen. De marihuana teelt werd ontmanteld. “Sssssssssstttttttttt, tegen niemand zeggen. Ga maar t.v. kijken en opdrogen en ik regel wel wat.” En zo geschiedde. Zijn zoon in Fortuna, die bracht de pick-uptruck en zijn neef, opgehaald door de zoon, bracht ons naar Hayford. Anderhalf uur later. We kijken ondertussen naar een documentaire over Mexicaanse drugskartels, die hier marihuanaplantages opzetten. Anderhalf uur later rijden we met alles achterop de pick-uptruck door de nog steeds neerstortende regen. Tegelijk worden er voor ons tientallen steile hellingen geslecht, hetgeen in de kuiten toch heel anders aanvoelt per auto.
Maar toen….waren in Hayfork alle ooit aanwezige motels gesloten of van functie veranderd. Neef wilde niet meer verder. We hebben hem uiteraard betaald en ons voor nieuw beraad bij de bibliotheek laten afzetten. De behulpzame dame daar binnen opperde voorlopig ons daar te laten opdrogen; we waren al weer nat van even de fietsen afladen en we konden gewoon wachten op de bus van 13.50 u. De bus? Die oplossing kwam daarmee met de regen uit de hemel vallen. De bussen hebben hier aan de voorkant een rek voor twee fietsen!
De oude-hippie-oma die de bus reed, vond wel dat we veel bagage hadden. Ze hielp  met vaardige hand de fietsen vóór op de bus te fixeren en voor $ 8,--, incl. de fietsen,  reed ze ons 30 mijl over de volgende granieten ridge. Hoe kan het allemaal zo precies passen? We zaten nu twee zware etappedagen verder. En droog! Onze chauffeur-oma zette ons downtown af bij een motel en nam degelijk afscheid. Beiden  kregen een hug.
Dat is onwennig. De buschauffeur die je omarmt bij aflevering op plaats van bestemming.
We moesten alle hectische problematiek van die dag verwerken en boekten, ook om de voorspelde 2e regendag te ontlopen, gelijk 2 nachten.
De volgende dag hebben we in Weaverville, een gemoedelijk booming stadje gedurende The Goldrush van 1850, een rustdag genomen om lichaam en geest te laten ontspannen. Met een joint. “Sssstttttttttt, tegen niemand zeggen, hè? ”


woensdag 18 juli 2012

Immoral Triangel!

O jee, we weten niet wat we zien als we om zes uur de gordijnen van het motel in Rio Dell opentrekken. Regen?! Of toch niet? Is het een grote, laaghangende wolk?
Het wegdek is nat en het motregent wat. We gaan er toch op uit. De eerste 10 km nog op de 101 en dan highway 36 naar het oosten. Zacht windje mee. Het gaat lekker! De motregen is gestopt, de regenpakken kunnen uit en weer fietsen we door een compleet ander landschap; boerenbedrijven met zwart-wit bonte koeien en ingepakte hooibalen.


na 42 km koffie-stop
Na 42 km op highway 36, popt er plotseling een klein,wat haveloos winkeltje op, met koffie en muffins. Buiten op het rek kruidenplanten (GMO-free). Daar horen we voor het eerst van een goedlachse, hyperactieve man, dat we in Marihuana-Country zijn. Weten wij wel wat voor bergen eraan komen? “You are very, very brave” Nou, nee dus! Hij geeft ons joint, zo dik als een sigaar, van ‘eigen grond’, die we maar gauw opbergen en there we go…….Pfff, 5 km aan één stuk van 10%. We moeten regelmatig afstappen om onze hartslag tot rust te laten komen. Ondertussen fietsen we weer door een prachtig forest. Over die 5 km doen we anderhalf uur. De zon schijnt en we zweten flink. Na een korte afdaling blijven we boven in de bergen op en neer gaan. Nog een laatste berg en daar is Dinsmore.
Dinsmore heeft een winkel en camping, is ons verteld. De winkel is er wel, maar de camping niet en ook is de eigenaar van de lodge (een oud, vervallen huis) in geen velden of wegen te bekennen. Dan maar vrij-kamperen langs de rivier. We doen onze inkopen en gaan opzoek naar een plek voor de nacht en die is snel gevonden. Een stuk ietwat bobbelige grond met dor gras voor de tent, de rivier om te baden en bosjes om te ………


Noah en Tucson
Terwijl we onze fietsen aan het ontladen zijn, duikt er plots een soort ‘Catweasel’ op, die recht op ons afstevent. Hij roept: “Stop, stop, don’t make your camp here”. Hij waarschuwt ons voor dronken mensen, die hier ’s avonds komen en voor de komende rainstorm. We moeten echt meegaan naar zijn ‘place’, dringt hij aan. Daar is het veiliger voor ons. We kunnen dan een paar dagen blijven, totdat de aangekondigde regen voorbij is. Hij vertelt, dat hij zelf 30 jaar over de hele wereld heeft gefietst en dat hij alles van fietsen en kamperen weet. Hij kent onze Ortlieb tassen.
Het is een vreemde kerel met een bos blonde lange haren tot op de schouders, vlassige baard en toch gaan we met hem mee. Hij krijgt het voordeel van de twijfel en met een gezond wantrouwen volgen we hem en zijn hond over het smalle pad door het gebladerte, dat ons naar een droog-grazige vlakte leidt met de heldere beek vlakbij.
Geen poison oak hier, bezweert hij ons. Gelukkig maar, want voor onze beladen fietsen is het paadje eigenlijk te smal. Regelmatig hakend achter bramenstruiken en andere slingerplanten duwen we onze pakezels moeizaam naar zijn verborgen territorium. We zijn natuurlijk benieuwd naar zijn ‘place’ en we geloven onze ogen bijna niet, als we een heel mooie zelfgebouwde fiets zien staan met vele Ortliebtassen, een kwaliteitstent met twee thermo-restmatjes op elkaar en een mummy-slaapzak. Tegenover zijn tent staat een aftandse stoel als een troon, van waaruit hij door de struiken al onze bewegingen op onze oorspronkelijk gekozen slaapplaats had gadegeslagen. Onzichtbaar voor iedereen.
Onder de stoel een halve gallon (bijna 2 liter) Brandy, zien we.
“Noah”, zo stelt hij zich voor. En Tucson, zijn jonge, uitgelaten pittbull.
our 'place'
Een ander zijpaadje brengt ons bij een zo te zien eerder beslapen grasplateautje van waaruit ook niemand ons kan zien. Onze badkamer is het riviertje en het ruime toilet om de hoek van iedere struik.
Noah draagt een zandkleurige tuinbroek waaruit een pijp steekt. “Pot”, licht hij toe en pakt uit een grote zak de groene, geestverruimende pluizen om aan zijn volgende rooksessie te beginnen. “You are in the middle of marihuana country, the heart of what US produces…. Hij verdient, zo’n $ 20.000,--/jaar daaraan, waarvan hij maar 7 mille gebruikt. Met een argeloos gebaar wijst Noah naar de bossen waar hij zijn weed verbouwt. “That’s my work.”
Helemaal gek is hij  niet, maar zijn levensverhalen rammelen wel. Als 5-jarige was hij uit Israël naar de VS geëmigreerd en als 15-jarige in Philadelphia weggelopen van huis. Alle verdere familie uitgemoord in Auschwitz. Tevens zou hij als luitenant-sluipschutter in het Israëlische leger gediend hebben en door dat “werk” niet alleen een handvol vijanden gedood hebben, maar ook “de mens in hemzelf”. Toen we hem vroegen of hij 'happy' was (nou ja, met wat meer nuances), zei hij: " I laugh a lot and I cry a lot."
Een enorme misvorming aan zijn pols zou weer het gevolg zijn van een schietstoelongeluk als F-16-piloot tijdens de schermutselingen in het Midden-Oosten. We krijgen er geen woord tussen en hij ratelt zijn trieste levensgeschiedenis aan één stuk door af.
Diamantsnijder was hij ook nog jarenlang en nu leeft hij als 61-jarige een solitair leven in de bossen.

We moeten, vindt Noah, morgen beslist met hem naar zijn vriend meegaan koffiedrinken, maar we laten maar in het midden of we dat willen. Zijn kleine radio heeft “rainstorm” voorspeld en die zou ’s nachts om 02.00 u beginnen en zeker 3 dagen aanhouden.
Alhoewel we daar vraagtekens bij plaatsen, toont de avondlucht al dichter wordende windveren op grote hoogte en dat betekent: weersverandering. We pakken alles zo in, dat we snel wegkunnen. Dan maar geen koffie morgenvroeg. Boterhammen met (crunchy) pindakaas zijn al gesmeerd. De regen blijft uit ’s nachts, maar het slaapt toch niet lekker als je ieder wakker moment gaat luisteren naar verdomd vervelend getik op de buitentent. Om 05.30 u, het ochtendgloren,   beginnen we snel aan het inpakken om minstens de eerste, dreigende regen voor te zijn. We halen het net niet. Met de halve tent nog opengeslagen barst de waterval los. Nu hebben we echt een probleem!

maandag 16 juli 2012

Ai, jai, jai!

Deze e-mail stuurde David naar Peter n.a.v. mijn laatste blogbericht (Weg van de kust):

Careful! I see Annelies hugging a redwood poison oak growing up it like a vine. D 
En ik heb nog wel een foto gemaakt van de aankondiging van poison oak! Tot nu toe nergens last van!

Weg van de kust!


Met tegenwind de berg op, voor Albion!
In een local krantje lees ik het volgende: "Highway 1 is popular route for bicyclists. But before you take your two wheeler on the coast, be sure you're ready for a rugged journey. This is not the simple ride around the lake that you may have enjoyed in town! Highway 1 is no place for beginners. Steep grades, punishing winds, heavy traffic (valt reuze mee, vinden wij) and narrow shoulders test even the best rider's strenght and skill". Ze adviseren aan het einde van het artikel een ' hard-shell helmet and bright colors'. Ik heb een helm op mijn kop en een geel felgeel hesje, maar mijn 'stubborn' Peeetje dus niet. Maar goed we hebben het overleefd en ook ' The Hill of Leggett', de steilste berg van de kust. Dit was even vreemd voor ons, een lange klim van 25 km, een col zoals van de Tour de France. We hebben al drie weken lang hele korte steile klimmetjes gehad en die zijn dodelijk vermoeiend. The Hill of Leggett ging goed, even bijkomen in een haarspeldbocht. Er was weinig verkeer en je kan dan precies zo fietsen, dat je de minst steile buitenkant kan pakken. Moet je de binnenbocht nemen (die wel korter is) dan zijn de rapen gaar. Je trapt je wezenloos. Een echte fietser in de bergen weet dit en wij zijn inmiddels echte fietsers, ja toch?
Omdat we best moe waren, een dag harde tegenwind en meteen daarna onze 'top-dag' hadden, gaat dat niet in onze koude kleren zitten. We fietsen de volgende dag maar 48 km. We hebben het even gehad! We lanterfanten wat in Garberville en gaan naar een camping in Redway. We willen op internet, maar door de zonneuitbarsting lukt dit niet. Na een kort wandelingetje langs de rivier en het eten van ons home-made prutje, storten we in. Peeetje is om acht uur al in diepe rust. Ik iets later (wifi doet het, yeh facebook) en we horen vaag de hele nacht niks van al die andere campinggasten, die hun weekend luidruchtig inzetten. Op naar The Avenue of The Giants!
Voor Garberville
Avenue of the Giants!
Ohhh, wat mooi! We fietsen de hele dag over the 32-mile Avenue of the Giants door het Humboldt Redwoods State Park, een groot natuurpark. We verwachten mooi weer, maar aan het einde van onze rit is het mistig en koud! In Humboldt Gables Motel in Rio Dell vinden we ons onderkomen voor de nacht. The senior discount, die begint bij 59, geldt ook hier! Voor ieder jaar, krijg je 1 dollar korting, dus dat betekent voor ons maar liefst 7 dollar. Voor 70 dollar (inclusief tax ) zijn wij onder de pannen! Een echte handdoek en lakens zijn ook wel weer lekker en we hebben het verdiend: drie weken 'on the road' en 1450 km gefietst!